De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft eind oktober 2025 aangekondigd dat de maximale termijn van het binnenvaartcertificaat (ook wel aangeduid met CVO) van kleine, drijvende werktuigen wordt verhoogd van 7 naar 10 jaar, mits het vaartuig behoorlijk is onderhouden. Pleziervaartuigen boven 20 meter of met een volume boven 100 kuub blijven buiten deze wijziging vallen; die blijven een maximale certificaattermijn van 7 jaar houden, omdat daar vaker grote gebreken worden geconstateerd en het risico anders wordt ingeschat.
Wat is een ‘drijvend werktuig’?
Bij drijvende werktuigen worden gebruikt om specifieke werkzaamheden op het water te kunnen uitvoeren als maaien van waterplanten, baggeren, grondverzet in ondiepe delen, of bijvoorbeeld een ponton met een kraan.
Technisch gezien gaat het om constructies waar werkinstallaties op zijn geplaatst — zoals kranen, baggermolens of maaibalken — en die drijfvermogen hebben. De vervoersfunctie heeft alleen betrekking op de werkinstallatie zelf en zijn bemanning. Denk aan:
- Maaiboten
- Pontons met kranen
- Koppelpontons die samen een werkeiland vormen
- Kleine baggerbootjes
- Andere kleine werkvaartuigen die in ondiep of beschut water opereren
Sinds 2019 vallen deze vaartuigen onder de Binnenvaartregeling en zijn zij certificatie plichtig — net als grote pleziervaartuigen en andere commerciële vaartuigen. Bij het verlengen van de termijn is overwogen dat veel drijvende werktuigen al regelmatig worden geïnspecteerd in het kader van arbeidsveiligheid en overwegend worden ingezet in beschut en ondiep water.
